Ralph Tangelder

Roemeense referenties  -  Mijn overpeinzingen als een der Nestors van de Buitex club

door Ralph Tangelder

“Eindelijk ruimte voor reflectie  op de prestaties van landschapsarchitecten en planners en de context waarin zij werken!” Deze uitspraak vormde mijn conclusie ten aanzien van de Buitex van 2010. Nu ik dit jaar alweer mijn vierde Buitex excursie beleefd heb kan ik deze uitspraak wederom kracht bijzetten. In deze meer persoonlijke beschouwing wil ik ingaan op mijn belevingen in Roemenië aan de hand van eerder genoemde uitspraak. Ik zou de reis willen omschrijven als één groot dilemma: het zou mijn vierde Buitex trip worden (wat zou ik nog kunnen leren na drie eerdere reizen?) naar een land waar ik nog nooit eerder was geweest en dat voor mij dus geheel onbekend was. Bovendien zou ik een van de oudste leden van de groep zijn (qua studiejaren).

Het dilemma begon al met de voorbereiding. Hoe bereid je je voor op een reis naar Roemenië? Eigenlijk nauwelijks. Ik heb me alleen ingelezen over de Oostenrijk-Hongaarse geschiedenis van Transsylvanië omdat dat onderwerp me nou eenmaal al drie Buitex reizen bezighoudt. Voor de rest besloot ik dat mijn observaties van het land vooral eerste indrukken moesten zijn. En indrukken kreeg ik. Deze waren inderdaad vaak zeer contrastrijk; zo contrastrijk dat ik nog steeds geen idee heb  wat ik nou precies van Roemenië vind. Maar je hoeft niet overal een mening over te hebben, vandaar ook dat ik dit stukje als beschouwing schrijf.

Als overkoepelend thema wil ik met name ingaan op de relatie tussen landschapsarchitecten / stedebouwers / planologen en de context waarbinnen zij in Roemenië werken. Deze relatie komt goed tot uiting in enkele aspecten die tijdens de reis behandeld zijn en deze verdienen naar mijn mening dan ook wat meer uitdieping in dit stukje. Het gaat hier dan om de werking van de ruimtelijk vormgevende disciplines en haar wetenschappelijke verankering aan de universiteiten in de Roemeense context.

Allereerst maar de praktijk. Aangezien wij in 9 dagen maar een zeer klein deel van Roemenië hebben gezien en ook zeer individuele verhalen van gidsen hebben aangehoord, is (de betrouwbaarheid van) mijn informatie beperkt. Toch valt er denk ik wel wat te zeggen. In een land dat Romeinse, Tartaarse (Mongoolse), Oostenrijkse, Hongaarse, Duitse (Saksische), Ottomaanse (Turkse), Roma, Franse, Russische en tegenwoordig ook Amerikaanse / westerse invloeden kent qua politiek en bestuur, landbouw en economie, architectuur, keuken, taal, cultuur, minderheden en consumptiemaatschappij en daar in feite ook een samenraapsel van is, vind ik het niet verwonderlijk dat sommige Roemenen het moeilijk vinden aan te geven wat nou precies Roemeens is. Deze bonte verzameling van invloeden vertaalt zich ook in een (in Nederlandse ogen) ruimtelijke ratjetoe. Wellicht zou een goed technocratisch opgevoede Nederlandse planoloog gruwelen van de ‘bende’ die hij aangetroffen had als hij met ons door de Transsylvaanse dorpjes was getrokken of mee was gaan stappen in de wat ‘lossere’ wijken van Boekarest. Alhoewel ik het land en zeker de hoofdstad heel erg schoon en opgeruimd vond; zwerfafval op straat heb ik nauwelijks gezien. Misschien gaf het landschap nog wel een soort van vrijheidsgevoel wat wij in Nederland al lang niet meer kennen, aangezien iedere vierkante meter grond op een kadasterkaart staat en een bestemming met bijbehorende eigenaar heeft gevonden.  Hoe anders in Roemenië! Eindeloze vlakten rond Boekarest waar op de voedselrijke gronden op een intensieve manier de voedselproductie wordt verzorgd; grote natuurparken in de Karpaten; schattige Transsylvaanse dorpjes die ons aan de jaren vijftig in Nederland doen denken (alhoewel geen van ons reisgezelschap die zelf ooit hebben meegemaakt).

Kortom: er is veel ‘ruimte’ (technocratisch: niet-bestemde grond) in dit land. Wellicht vormt dit een ruimtelijke verklaring voor de schijnbaar zwakke positie waarin de ruimtelijke ordening in Roemenië verkeert. Andere redenen vormen wellicht het chronisch gebrek aan financiële middelen, corruptie en een gebrek aan vertrouwen in een centraal gezag: de overheid. Uiteindelijk allemaal speculatie; verklaringen die niet te staven zijn op basis van de reis.

Wat wij in Transsylvanië hebben gezien was naar mijn mening een soort vreemde mix tussen autarkie, zelfsturing, branding en afhankelijkheid van buiten. Autarkie en zelfsturing kwamen tot uiting in de afwezigheid van een centrale overheid. De Saksische dorpjes konden hun kenmerken en identiteit behouden omdat de centrale overheid nauwelijks naar hen omkeek, ook niet tijdens Ceaucescu’s  heerschappij. Dit betekende dat deze dorpjes alles zelf moesten regelen, met eigen arbeid, kennis en goederen , op eigen initiatief. Anderzijds zijn de dorpjes heden ten dage voor kapitaal (en goederen, aangezien men ook hier wil profiteren van onze westerse consumptiemaatschappij) afhankelijk van stichtingen en bedrijven in het buitenland. Om middelen uit het buitenland te kunnen aantrekken, moet je je ook kenbaar maken in het buitenland, vandaar de branding: westerling, kom naar onze dorpjes om te genieten in een authentieke ambiance in een rustgevend en avontuurlijk landschap! Laten we nu de zaak eens omdraaien en de situatie van deze Roemeense dorpjes projecteren op de Nederlandse ruimtelijke ordening en maatschappij in het algemeen. Volgens onze regering zijn Wij Nederlanders juist wellicht een beetje veel verwend door deze zelfde (nationale) overheid. Mooi voorbeeld: losliggende stoeptegels en hondenstront. Wat doen we? Gemeente bellen en klagen. Wat zouden we volgens onze regering kunnen doen? Er zelf werk van maken. Wellicht zijn deze voorbeelden een beetje bagatelliserend, ze vormen wel de essentie van het probleem van het afschudden van het overheidspaternalisme waarin Nederland nu verkeert. Onze overheid wil minder geld uitgeven, beleidsregels versoepelen en meer aan de burgers overlaten. Klinkt mooi maar dan moet de gemiddelde Nederlander wel opnieuw opgevoed worden omdat hij zelfsturing en eigen initiatief ten aanzien van de maatschappij nooit geleerd heeft. Ik zie een mooie connectie tussen heropvoedkampen en de Transsylvaanse drang naar meer toeristen…

Dan de wetenschap. Aan de hand wat ons verteld werd tijdens onze bezoeken aan drie universiteiten, werd mij duidelijk dat praktijkkennis en haantjesgedrag hoog in het vaandel staan, maar een meer reflectieve houding enigszins ontbreekt. Datgene waar wij ons als Wageningse landschappers mee bezighouden en wat in Wageningen dan ook als wetenschappelijke discipline wordt gezien (hoewel landschapsarchitectuur hier in een schijnbaar meer duale positie verkeert), wordt in Roemenië nog als een echt ambachtelijk vak beschouwd waarin de opleiding aan de universiteit de basis vormt voor goed vakmanschap. In Nederland zouden deze opleidingen waarschijnlijk goede HBO opleidingen zijn. Zijn de Roemeense landschapsopleidingen dan minder wetenschappelijk? Dat hoeft niet. Het ligt eraan waar de ‘maatschappij’ om vraagt. Goede ingenieurs en architecten die verstand hebben van ontwerpen, plannen maken, constructies, beplanting, vormgeving en materialisatie kunnen snel aan de slag. Veel hebben ze immers al geleerd tijdens hun opleiding. Wageningers moeten eerst jaren worden bijgeschoold bij overheden, ontwerp- en ingenieursbureaus en onderzoeksinstellingen.  Aan de andere kant leren wij reflecteren op de maatschappelijke context waarin het plannen maken tot stand komt. Wij leren een klein beetje het ‘hoe’, heel veel het ‘waarom’. Wellicht vraagt een maatschappij als de onze met een complex ruimtelijk ordeningssysteem veel meer inzicht in het ‘waarom’ achter het plannen maken. En misschien zitten ze hier in Roemenië wel helemaal niet op te wachten. Je moet immers uiteindelijk ook werk kunnen vinden.

Met alle respect voor het Buitex thema (kapitalisme versus communisme): het dekt de lading niet helemaal. Van restanten van het communisme heb ik (anders dan in Oost-Duitsland en Polen) niet veel gezien. Ik heb wel gezien wat een maniak met een dictatoriaal regiem kan veroorzaken: een paradijs voor technocratische planners. Nee, tijdens de reis werden we met meer vraagstukken geconfronteerd: Hoe om te gaan met andermans nalatenschap, waaronder Duits, Hongaars, Turks en aristocratisch erfgoed en het erfgoed van Ceaucescu’s regiem? Hoe om te gaan met de (groeiende) tegenstellingen tussen arm en rijk (wellicht een bijkomstigheid van een op kapitalistische leest geschoeide consumptiemaatschappij)? Hoe om te gaan met tegenstellingen tussen economische en ecologische belangen in een land waar financiële middelen beperkt zijn? Al deze factoren zijn van invloed op de manier waarop men in Roemenië tegen het landschap aankijkt en dit vervolgens inricht. En inderdaad, de contrasten in deze (ruimtelijke) context zijn groot. Verhalen kennen meerdere versies, waar onze gidsen in Brasov en Cluj goede voorbeelden van waren. Enerzijds was er  het benadrukken van een veronderstelde Roemeense uniformiteit, anderzijds een Transsylvaanse identiteit gebouwd op regionalisme bepaald door buitenlandse heersers en zich afzettend tegen ‘die van Boekarest’. Hoe Roemeens is een stad als Brasov, waar de helft van de stad gestoeld is op Duitse  architectuur en gebouwd door Hongaren en de andere helft gebouwd is naar communistisch voorbeeld? Hoe Roemeens is Boekarest, waar de architectuur waar men echt trots op is bepaald wordt door Franse ontwerpen? Wellicht zijn echt Roemeens nog wel de kunstwerken van Ceaucescu; die zijn immers ontworpen en gebouwd door Roemenen…

2 thoughts on “Ralph Tangelder

  1. Hey Ralph,

    Congratulations on first post. :) Good article, it’s clear that you are very interested in the identity politics thing. A bit official/ wooly language for a blog though.

  2. Hoi Ralph,

    Bedankt voor je interessante artikel. Je geeft een aantal scherpe observaties, bijvoorbeeld waarom de positie van ruimtelijke ordening in Roemenië schijnbaar zwak is: veel niet-bestemde grond, een gebrek aan financiële middelen, corruptie en een gebrek aan vertouwen in de overheid. Tijdens het lezen vroeg ik me af of de Europese Unie (vergroting van financiële middelen, aanpak van corruptie en wellicht een verbetering in de vertrouwensrelatie tussen de burger en de (Europese) overheid in dit verband een uitkomst kan bieden om ruimtelijke planning op de Roemeense agenda te zetten?

    Mocht je het artikel nog willen aanpassen dan zou je eventueel in kunnen gaan op de rol die ruimtelijke planning zou kunnen spelen in het vrije landschap van Roemenië. Denk je dat het überhaupt relevant is in de oude Saksische dorpen (is het onbegonnen werk, tast het de karakters van de dorpen aan?) of ligt er juist een grote opgave op nationale schaal om de openbare ruimte op (West) Europees niveau te krijgen? Ik ben benieuwd naar je mening… :)

    Maarten

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Connecting to %s