Sterke mannen en kleine dictators
Door Pim Lucassen
“Wie de schilderijen van de Roemeense meesters bekijkt merkt op dat er opvallend veel portretten tussen zitten van de machtige figuren uit de Roemeense geschiedenis, de dappere koning Michael of de absolute heerser Carol de Tweede. Dat staat in schril contrast met de vrolijke taferelen van de Hollandse en Vlaamse meesters, een vrolijk feestje op een doek van Jan Steen of een deftige bijeenkomst van een stel kooplieden in een Rembrandt. Het zijn groepen mensen die de aandacht opvragen en niet een of andere machtige vorst.” – Geert Mak, In Europa 2004
De onderwerpen van de Roemeense meesters zijn niet toevallig. Het Roemeense volk, als dat echt bestaat, heeft in haar geschiedenis altijd een sterke man nodig gehad die men kon volgen, die de beslissingen voor hun nam. Iemand die het etnisch verdeelde Roemenië onder zijn hoede kon nemen en eenheid kon scheppen tussen de verschillende culturen en gebruiken.
Ceausescu is de laatste Roemeense heerser geweest die zo nadrukkelijk zijn stempel heeft willen drukken op het land en in het bijzonder zijn hoofdstad; Boekarest. Zoals veel grote staatsfiguren heeft ook Ceausescu de architectuur gebruikt om zijn persoon het eeuwige leven te geven. Tegenwoordig ligt Boekarest bezaaid met deze erfenissen van Ceausescu, een man die van geen wijken wist. Een gezegde dat in zijn geval wel erg letterlijke vormen aannam.
Macht maakt interessant
Een zesde deel van Boekarest moest wijken voor het megalomane project van de dictator met als kroonstuk het immense “Huis van het Volk” en de “Boulevard van de Socialistische overwinning”.
Hoewel het overgrote deel van het publiek de gemeenschappelijke mening deelt dat de ontwerpen van Ceausescu’s projecten getuigen van weinig goede smaak; een vreemde mix van communistisch en neoklassiek, oefenen deze ruimtes en landschappen een bepaalde aantrekkingskracht op mij uit. Hoewel bij dergelijke bouwvolumes elk architectonisch detail vervaagd wordt tot een speldenknop zijn het vooral de ruimtes die de gebouwen scheppen indrukwekkend. Het enorme plein voor het Huis van het Volk, waar de enthousiaste menigte moest luisteren naar Ceausescu’s toespraken, was slechts een van de vele architecturale instrumenten dat ervoor moest zorgen dat elk individu zijn of haar eigen tijdelijke bestaan onder ogen zag in vergelijking met de eeuwigheid van de constructie, en dus het regime, waarmee men werd geconfronteerd. De machtswellustigheid die deze omgeving uitstraalt heeft een indrukwekkend effect op me, nog steeds, zonder hulp van het autoritaire repressieve regime. Natuurlijk weet ik dat de ruimtes op alle andere vlakken, zoals leefbaarheid, te kort schieten, maar daar waren ze ook niet voor bedoeld. De woningen, de openbare ruimtes, de pleinen, alle onderdelen langs de grote boulevard van de Socialistische overwinning stonden in dienst van de elite van het regime, niet gemaakt voor het volk maar door het volk. Van het socialistische gedachtegoed is hier nog maar weinig van overgebleven.
Het is echter niet alleen een kwestie van mijn eigen smaak en persoonlijke interesse in Oost-Europa, maar ook de manier waarop dit megaproject tot stand is gekomen. De enorme daadkrachtigheid waarmee dit project is gerealiseerd spreekt boekdelen. Wat de sterke man wilde gebeurde ook, een anoniem leger aan werklui stond klaar om elke gril van de dictator en zijn architecten en planners te realiseren.
Dictatortjes en een gemiddelde besluitvorming
Stiekem denk ik dat veel Nederlandse planners en landschapsarchitecten het niet eens zo erg zouden vinden om eens een keer voor een persoon als Ceausescu te werken. Het feit of het regime enorme wreedheden uitoefent op het volk laat ik, met oog op een onvermijdelijke en vermoeiende ethische discussie achterwege. In iedere planner of landschapsarchitect woont volgens mij een klein dictatortje die zijn eigen plannen en ontwerpen helemaal geweldig vindt en het liefst ze ook letterlijk zou willen uitvoeren. In Nederland wordt dit dictatortje zorgvuldig in toom gehouden door publieke inmenging en het poldermodel. De ideeën die de almachtige planner of landschapsarchitect heeft zijn immers zeker niet altijd je van het. Nederland is een democratie en in een democratie moeten beslissingen genomen worden door volk, of mensen die zeggen dat ze het volk representeren. Het resultaat hiervan zijn plannen en ontwerpen waar in het algemeen iedereen zich in kan vinden. Dat is een prachtig resultaat en een toonbeeld van de kracht van de mening van het individu en democratie. Maar het proces dat hier aan vooraf gaat is lang, het eeuwige polderen, compromissen maken, vergaderen en overleggen zodat iedereen het maar eens kan worden met iedereen. In het meest extreme geval kan de kleinste groep op het laatste moment in het proces een besluit nemen dat al het voorafgaande teniet doet. Aardig inefficiënt, niet waar?
Want waarom werd vroeger sneller en interessanter gebouwd en ontworpen? Omdat er geen democratie aan te pas kwam. Een autocratie is in staat grote architectonische visies realiseren; de Sint Pieter in Rome, de piramides of, vandaag de dag, de stad Dubai.
Als ik soms zie dat het jaren duurt voordat projecten van de grond komen kan ik me wel inleven in de vele Nederlandse planners en landschapsarchitecten die in China werken. Net als in Roemenië ten tijde van Ceausescu geeft men ook in het huidige China weinig om burgerparticipatie en mensenrechten. Het gaat in China ook om allerlei prestigeprojecten waarmee het regime zich probeert te legitimeren, macht uit te oefenen naar het eigen volk en de wereld. In dit soort landen kan het dictatortje in de planner en landschaparchitect veel meer van zich laten spreken dan hier in Nederland. Een veel efficiënter systeem wat tijd betreft, maar verschrikkelijke fouten worden er nog steeds gemaakt. De mensen voor wie al deze projecten “bedoeld” zijn hebben helemaal niets aan deze (inter)nationale krachtpatserij.
Ik schrijf dit niet omdat ik het democratische systeem verkies boven het autoritaire of andersom, het gaat mij om de vraag of er een middenweg bestaat tussen deze manieren van plannen en ontwerpen. Bestaat hierin een middenweg, een “gemiddelde” manier van besluitvorming, en als die al bestaat, hoe ziet het er dan uit?
“Real liberty is neither found in despotism or the extremes of democracy, but in moderate governments.” - Alexander Hamilton, 1787
Maar hieruit rijst wederom een vraag: is het resultaat van gemiddeld ook mooi, efficiënt en passend? Want gemiddeld klinkt als doorsnee, veel van hetzelfde, flauw, zoals een vinexwijk of een socialistisch flatblok. We zullen zien.
Sterke mannen en de Roemeense uitdaging
Het Roemeense volk, dat pas twintig jaar in een democratie leeft begint steeds meer te merken van de nieuw verworven rechten van het kapitalisme en democratie. Het groeiende individualisme als gevolg van de steeds groeiende consumptiemaatschappij in het land zal zich ook steeds sterker gaan openbaren. In plaats van gewillig te luisteren naar dat schreeuwende mannetje op het balkon van het immense partijgebouw kunnen de Roemenen nu ook eens hun eigen stem laten horen. Ook in de wereld van planning en ontwerp.
Helaas is nu vaak nog zo dat de beslissingen genomen worden door mensen die zelf nog afkomstig uit het oude regime, een regime waar het de gewoonte was te doen wat de baas zei. In het nieuwe Roemenië kunnen zij, weliswaar op een kleinere schaal en met behulp van het nodige geld en juiste vrienden, ook nog steeds een beetje de baas spelen. Naar mijn idee wordt de burger nog steeds te weinig betrokken en kiest men nog eerder voor het prestige en het eigenbelang dan voor de burger.
Hoewel ik ben van mening ben dat er altijd iemand moet zijn die de eindbeslissing neemt dient wel grondig geluisterd te worden naar het grote publiek. Een model waarbij de burgers niet degenen zijn die beslissingen nemen maar waar ze een adviserende rol op zich nemen. Dat lijkt me een goede toepassing voor de planning en architectuur in Roemenië, waar burgerparticipatie nu langzaam van de grond lijkt te komen is dit een goede eerste stap. In een land dat veel energie steekt in het bereiken van Europees welvaartsniveau is dit een goede aanpak om in een redelijke tijdspanne tot een resultaat te komen waar het merendeel van burgers het mee eens is.
Een nieuwe generatie, die niet opgegroeid is onder Ceausescu kan deze verandering brengen, planning en landschapsarchitectuur met een adviserende rol voor de burger.
Later, als het land van degelijk Europees niveau is, kan er verder gekeken worden naar een model waar de burgers ook zelf de beslissingen kunnen gaan nemen.
Voorlopig zijn de sterke mannen dus nog even nodig.
Thema: Politiek, architectuur en burgerparticipatie
Commentaar:
Goed analyserend artikel. Goede conclusie.
Veel gekeken vanuit het architect perspectief. Communisme goed in de analyse betrokken. Interessante discussie over ons vakgebied: de dictator in de architect en planner!
Commentaar door: Gilles van der Heijden